Home Darmkanker Behandeling Radiotherapie
Radiotherapie

Bestraling (radiotherapie) wordt met name toegepast bij patiënten met een tumor in de endeldarm. Door middel van radiotherapie worden kankercellen deels of totaal vernietigd door de straling. De straling is voor het oog niet zichtbaar en de behandeling is niet voelbaar. Wel kunnen algemene verschijnselen als vermoeidheid optreden. Bij dicht bij de anus gelegen tumoren kan roodheid of irritatie van de huid optreden.

Radiotherapie kan zowel curatief als palliatief worden toegepast. Bestraling vindt plaats door de huid heen (van buitenaf). De benodigde hoeveelheid en plaats van straling wordt door de radiotherapeut voor iedere patiënt nauwkeurig berekend. Dit gebeurt meestal via een CT scan. Patiënten die radiotherapie krijgen worden poliklinisch behandeld en hoeven dus niet opgenomen te worden in het ziekenhuis.

Indien er sprake is van een tumor in de endeldarm, kan gekozen worden voor de toepassing van radiotherapie voorafgaand aan de operatie. De belangrijkste redenen voor deze zogenaamde voorbestraling (neo-adjuvante radiotherapie) zijn de volgende:

  1. het minder levensvatbaar maken van de tumorcellen, waardoor het risico dat eventueel na de operatie achtergebleven tumorcellen nog uitgroeien tot een nieuwe tumor wordt verkleind (korte kuur).
  2. het verkleinen van een dieper doorgroeiende tumor, waardoor deze tijdens de operatie beter te verwijderen is (lange kuur).
Er zijn 2 soorten voorbestraling:
  1. korte kuur: 5 bestralingen in 1 week; enkele dagen na afsluiten van deze kuur vindt de operatie plaats.
  2. lange kuur: 5 bestralingen per week gedurende 4-6 weken; 4-6 weken na afloop van deze bestralingskuur vindt de operatie plaats indien de tumor voldoende in omvang is afgenomen. Deze bestraling kan worden gecombineerd met chemotherapie om het effect te vergroten.

De keuze voor één van deze bestralingsschema’s is afhankelijk van de locatie van de tumor en de mate van doorgroei door de darmwand heen. Wanneer tijdens of na de operatie duidelijk wordt dat tumorweefsel is achtergebleven in de patiënt kan gekozen worden voor nabestraling (adjuvante radiotherapie). Wanneer de operatiewond genezen is, wordt gestart met de radiotherapie. De tot nu toe besproken toepassingen van radiotherapie maken allen deel uit van een curatieve behandeling.

Naast de reeds genoemde curatieve toepassingen van radiotherapie, kan radiotherapie ook worden toegepast wanneer operatief ingrijpen niet (meer) mogelijk is. De radiotherapie maakt dan deel uit van de palliatieve behandeling. De radiotherapie is dan gericht op het verminderen van pijn, het behoud van de doorgankelijkheid van de endeldarm en het verminderen van bloedverlies.

Laatst bijgewerkt op maandag, 24 maart 2008 16:15