Tumoren


Goedaardige tumoren darm
Hieronder ziet u een overzicht van de verschillende goedaardige tumoren van de darm. Klikt u op een van de linkjes voor meer informatie.

Polyp

Een poliep is een verhevenheid van het slijmvliesoppervlak van de binnenzijde van de darmen. De poliepen in de dikke darm en de endeldarm zijn meestal onschuldig, maar ongeveer 10% is een voorloper van darmkanker(adenomen). De meeste poliepen worden per toeval ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een kijkonderzoek van de darmen voor een andere reden, maar soms kan er sprake zijn van bloed en/of slijm bij de ontlasting en eventueel klachten van bloedarmoede.

Poliepen kunnen ook voorkomen in het kader van erfelijke syndromen, waarvan familiaire adenomateuze polyposis coli (FAP) de meeste bekende vorm is. Bij patiënten met deze erfelijke vorm van darmpoliepen is er sprake van een genetische afwijking waardoor talloze poliepen in de dikke darm kunnen ontstaan, wat vrijwel altijd leidt tot het ontstaan van dikke darmkanker. Bij patiënten met deze erfelijke vorm van darmpoliepen kan preventief chirurgisch de dikke darm worden verwijderd en tevens dienen familieleden van deze patiënten gescreend te worden middels een kijkonderzoek van de dikke darm.

Wanneer tijdens een kijkonderzoek (colonoscopie) een poliep in de darm wordt gezien kan gekozen worden voor het direct verwijderen of er kan een weefsel hapje (biopt) worden genomen. Het weefsel wordt daarna microscopisch onderzocht. Indien bij het microscopisch onderzoek onrustige (dysplasie) of kwaadaardige cellen worden gevonden zal verdere behandeling volgen in de vorm van scopische verwijdering of operatie.



Kwaadaardige tumoren darm
Hieronder ziet u een overzicht van de verschillende kwaadaardige tumoren van de darm. Klikt u op een van de linkjes voor meer informatie.

Adenocarcinoom

De meest voorkomende vorm van kwaadaardige tumoren in de dikke darm (colon) en endeldarm (rectum) zijn adenocarcinomen. Dit zijn tumoren uitgaande van de binnenbekleding (slijmvlies). Wanneer de kwaadaardige tumor gelokaliseerd is in de dikke darm dan wordt dit een coloncarcinoom genoemd. Wanneer de kwaadaardige tumor zich in de endeldarm bevindt wordt dit een rectumcarcinoom genoemd.

Jaarlijks wordt bij ongeveer 8600 mensen de diagnose dikke darmkanker gesteld. Deze ziekte komt ongeveer even vaak voor bij mannen als bij vrouwen en kan op iedere leeftijd ontstaan, maar de meeste patiënten zijn ouder dan 50 jaar. De meeste adenocarcinomen in de dikke darm en de endeldarm maken geen deel uit van een erfelijk syndroom en zelden is er sprake van een aanwijsbare oorzaak. Bij een klein deel van de patiënten met een adenocarcinoom van de dikke darm of de endeldarm is er wel sprake van een erfelijke oorzaak. De 2 belangrijkste syndromen zijn:

1. familiaire adenomateuze polyposis coli (FAP); Bij ongeveer 1% van de patiënten met dikke darmkanker is er sprake van FAP. Bij patiënten met FAP is er sprake van een genetische afwijking waardoor talloze poliepen in de dikke darm ontstaan, welke voorlopers zijn van kwaadaardige tumoren. Bij 100% van de patiënten ontstaat dikke darmkanker. Patiënten bij wie FAP is vastgesteld wordt dan ook geadviseerd preventief de dikke darm operatief te laten verwijderen. Familieleden van patiënten met FAP dienen regelmatig gescreend te worden door middel van een kijkonderzoek.

2. hereditair non-polyposis colorectaal carcinoom (HNPCC; ook wel Lynch syndroom); Bij ongeveer 5% van de patiënten met dikke darmkanker is deze ontstaan in het kader van HNPCC. Bij patiënten bij wie HNPCC is vastgesteld is er sprake van een genetische afwijking waardoor er een verhoogd risico op kwaadaardige tumoren bestaat in de dikke darm en endeldarm en tevens in andere organen, zoals de baarmoeder, de eierstokken en de maag. De kwaadaardige tumoren in de darm worden veelal niet voorafgegaan door poliepen, in tegenstelling tot het FAP-syndroom. Ook deze patiënten en hun familieleden dienen regelmatig onderzocht te worden door middel van een kijkonderzoek van de darmen.

Het merendeel van de tumoren (50-60%) bij patiënten met darmkanker ontstaat in het laatste gedeelte van dikke darm (het sigmoid) of in de endeldarm. Een duidelijke oorzaak voor het ontstaan van kanker in de dikke darm of endeldarm is meestal niet aan te geven, maar bekend is dat wanneer bij familieleden kanker in de dikke darm of endeldarm is vastgesteld, er een verhoogd risico kan zijn op het ontstaan van kanker in de dikke darm of endeldarm. Ook wanneer in het verleden bij de patiënt sprake is geweest van darmkanker, is er een verhoogd risico op het opnieuw ontstaan van darmkanker.

Chronische ontstekingsziekten van de darm, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, verhogen het risico op het ontstaan van darmkanker. Patiënten met darmkanker hebben meestal weinig specifieke klachten. Vaak is er sprake van een verandering van het ontlastingspatroon (bijvoorbeeld afwisselend verstopping en diarree) of zit er bloed en/of slijm bij de ontlasting. Ook kan er sprake zijn van loze aandrang. Daarnaast kan een patiënt zich presenteren met klachten passend bij bloedarmoede (zoals vermoeidheid en duizeligheid), veroorzaakt door onopgemerkt bloedverlies in de ontlasting.

Wanneer het een grote tumor betreft kan er sprake zijn van ‘verstopping’ van de darmen (ileus), wat onder andere leidt tot obstipatie en buikklachten. Bij dikke darmkanker, wat een kwaadaardige tumor is, kunnen tumorcellen van de oorspronkelijke tumor losraken. Deze tumorcellen kunnen dan via het bloed en/of de lymfe door het lichaam worden verspreid en zo elders in het lichaam terechtkomen, waar ze kunnen uitgroeien tot tumoren. Dit zijn uitzaaiingen ( metastasen). Bij dikke darmkanker kunnen tumorcellen met name in de lever of in de longen terechtkomen en daar uitgroeien tot tumoren.

Comments are closed.