Home
Anti-angiogene therapie

Angiogenesis
Angiogenesis
Anti-angiogene therapie is een veelbelovende nieuwe ontwikkeling in de behandeling van kanker. Anti-angiogene middelen zijn gericht tegen de bloedvat-nieuwvorming ( angiogenese) van kanker gezwellen. Om uit te kunnen groeien boven 2 mm hebben tumorcellen voedingstoffen en zuurstof nodig. Door de bloedvatvorming te remmen kunnen tumorcellen niet uitgroeien.

Dieronderzoek laat zien dat na een resectie van de lever er versnelde groei ontstaat van tumoren. Behandeling met anti-angiogene middelen bleek de gestimuleerde uitgroei van tumoren te kunnen vertragen. Na een resectie regenereert de lever totdat hij zijn oorspronkelijke volume opnieuw heeft bereikt. Dit duurt ongeveer zes maanden tot een jaar. Direct na leverresectie vindt opregulatie plaats van groeifactoren, waaronder vasculaire endotheliale groeifactor ( V EGF), hepatocellulaire groeifactor ( HGF), transforming groeifactor ( TGF), epidermale groeifactor (EGF), macrophage inflammatory protein ( MIP) en interleukine-6 ( IL-6).

Opvallend is dat de meeste groeifactoren die een rol spelen bij leverregeneratie tevens een rol spelen bij de angiogenese en betrokken zijn bij de tumorgroei en de migratie van tumorcellen. De lever produceert veel proangiogene proteïnen en is daardoor een geschikte omgeving voor angiogenese en tumorgroei. Omdat kleine metastasen (< 5 mm) veelal niet te detecteren zijn, bestaat de kans dat er micrometastasen achterblijven na resectie. Zuurstof en andere voedingstoffen bereiken deze achtergebleven tumorcellen door diffusie, maar om een diameter groter dan 2 mm te kunnen bereiken heeft een tumor een eigen bloedvoorziening nodig.

Laatst bijgewerkt op woensdag, 25 november 2009 17:48